1400 (Voor de mannen onder ons: het hoppebier doet zijn intrede!)
Rond 1650 heeft er een brouwerij gestaan op het erf van hofstede van Abraham Françoisen aan de Vierhonderdpolderdijk.

Na de tweede helft van de 14e eeuw is de oppervlakte van het eiland van Casant, door watervloeden
ongeveer met de helft verminderd; de verloren gegane gronden worden rond het begin van de 15e eeuw
herdijkt. Met opzet laten grootgrondbezitters, vooral kloosters, vaak ondergelopen polders blank staan om
er te kunnen vissen, want het visrecht brengt meer op dan het verpachten van de polders aan de boeren.
Graan telen blijkt toch belangrijker, omdat men grotendeels afhankelijk is van aanvoer uit Frankrijk. Graan-
blokkades zijn aan de orde van de dag.
De helft van de stedelijke bevolking leeft in armoede. 1/3 van de kinderen sterft vóór hun 6e jaar. Mannen
worden hooguit 50 jaar, vrouwen 45 jaar.

Naast de stenen put blijft echter ook de houten tonput - bestaand uit afgedankte wijnvaten - in gebruik.
Op elkaar geplaatste houten vaten waaruit de bodems zijn verwijderd doen dienst als waterput (welput).
Het overgrote deel van het drinkwater op het eiland van Casant is eeuwenlang echter geen grond- maar
regenwater, opgevangen in bakken en tonnen.
1402 De Tienhonderdpolder wordt herdijkt. Deze bestond voor de overstromingen uit meerdere kleine polders,
die rond 1100 onderdeel van de Oudelandsepolder waren.
1403 De Vierhonderd-Beoosten-Terhofstedepolder wordt bedijkt. Het is een geheel nieuwe landaanwinst. De dijk
heet de Terhofstededijk.
1404 In juni 1404 keren Engelse schepen vol laken uit Antwerpen terug naar huis. Ze zetten koers naar 't Zwin. Onmiddellijk wordt groot alarm geslagen in het Brugse Vrije. Alle beschikbare vissersboten worden samengetrokken in Sluis om een aanval af te wenden. Zij kunnen niet verhinderen dat de Engelsen de Zwin-
delta binnenvaren en ontschepen op Wulpen en Cassant, van waaruit zij plundertochten organiseren. Met rijke
buit keren zij huiswaarts.

19 november. De eerste Sint Elisabethsvloed zet grote delen van Vlaanderen en Zeeland onder water. De vloed wordt zo genoemd, omdat zij op de naamdag valt van de heilige Elisabeth. Het is de ernstigste stormvloed
sedert 1375. Op Cassant breekt de Noorddijk door. De recente aanwinsten bij het eiland Cassant: de Tienhonderdpolder, de Vierhonderdpolder ZO van de kerk en de Vierhonderdpolder ZO van Ter Hofstede
blijven behouden.
1405 Op 24 mei 1405 tracht de Engelse vloot Sluis in te nemen. De stad heeft zich echter goed voorbereid en kan
de aanval afslaan, waarbij een zestigtal Engelsen sneuvelen. De Engelsen plunderden daarop Cassant en de omliggende parochies Sint-Anna-ter-Muiden, Knokke en Heist. Ze branden de kerktoren van Westkapelle (B)
neer, omdat deze een vaarbaken van het Zwin vormt.

Op 19 november stond de zee zo hoog boven dijken en duinen, dat tot 3 mijl landinwaarts mensen, dieren en gewassen verloren gingen. Ook Wulpen en Cassant leden aanzienlijke schade.
1408 De Engelsen landen weer eens op Cassant en organiseren een plundertocht.
In de winter 1408/09 bezwijkt de Noorddijk opnieuw en wordt daarna met grote kosten hersteld. Minimaal 40 gemeten land aan de kust ging verloren.
1415 De Strijdersgatpolder met een oppervlakte van 470 gemeten wordt bedijkt.
1417 In 1417 en 1418 ontstaan door hevige stormen opnieuw een aantal dijkbreuken in de Zwinstreek. Het eiland
van Cassant verliest in het noorden land bij het 31e begin van de Oudelandse polder (Strinc), waar vroeger
een geul was. Sindsdien loopt dat land elk jaar onder water.
De Antwerpenpolder met een oppervlakte van 378 gemeten wordt bedijkt. Men verwacht dat na de bedijking
de kreek, die Cassant van Zuutzande scheidt, binnenkort zal dicht slibben.
1421 Er zijn in dat jaar twee stormvloeden. De eerste, op 2 maart 1421, sommigen zeggen 15 januari 1421, veroorzaakt tal van dijkbreuken in o.a. Zeeland, een andere bron zegt in het Westerscheldegebied. Van Cassant zijn geen gegevens over schade bekend.
Op 18 en 19 november 1421 woedt er een opmerkelijk zware noordwesterstorm, gevolgd door een hoge stormvloed (geen springvloed) met als naam De Tweede Elisabethvloed. Grote delen van Holland, Vlaanderen en Zeeland lopen onder water en ook worden veel huizen door de orkaan weggeblazen, tot in Tiel aan toe. De Biesbosch is een overblijsel van die ramp. De streek rond Hannekenswerve (bij Draaibrug) komt onder water te staan. Later blijkt dat er definitief 72 dorpen ten onder waren gegaan. 100 jaar later kon je nog kerktorens in het water zien staan.  Het aantal slachtoffers zal niet meer dan vierduizend zijn, maar een ramp is het wel. Niemand wil of kan het totale dijkherstel en inpoldering betalen, dus blijft het water na 1424 -bij De Derde Elisabethvloed- alleen baas. Dorpen en kloosters worden opgegeven. De mensen trekken zich terug uit het gevaarlijke gebied.
1423 De Zandpolder op het eiland van Cassant wordt ingedijkt.
1425 Cassantse vissers hebben gezien, dat „tusschen den Navele ende 't Vloer", tussen Wulpen en Cassant, Engelse
kapers een lading rijnwijn van een schip van de Duitse Hanze hebben veroverd. De Hanze diende hierover
een klacht in bij de Vier Leden van Vlaanderen, waarop eerst in 1435 werd gereageerd. De Hanze beriep zich
erop, dat de inbeslagneming was geschied „vor den Vlor an der Vlameschen zide". De Vier Leden trachtten de verantwoording echter van zich af te schuiven door erop te wijzen, dat er reeds lang kwestie was over
„den stroem" tussen Vlaanderen en Zeeland. Volgens de Zeeuwen zou de omschreven plaats „bynnen den
stroem van Zeland" liggen, maar er was in deze zaak nog geen definitieve beslissing genomen, ofschoon de
Vier Leden van Vlaanderen een verzoek hadden ingediend bij de hertog om een onderzoek te laten instellen
inzake de grensscheiding tussen de beide gewesten; de hertog was immers graaf van Vlaanderen en van
Zeeland. De Hanze kreeg het advies, zich om schadevergoeding tot Zeeland te wenden. Indien mocht blijken,
dat de plaats waar de Engelsen het schip met Rijnwijn in beslag genomen hadden, tot Vlaanderen kon worden
gerekend, zouden de Vier Leden de daaruit voortvloeiende verplichtingen nakomen en een schadevergoeding
aan de Hanze uitkeren.
1430 Van ongeveer 1170 tot 1430 spreken we van het Middeleeuwse Klimaat Optimum (M.K.O.), dat in de jaren
dertig van de 15de eeuw met een reeks strenge winters overgaat in de Kleine IJstijd (KI. IJ.).
1435 Tot het einde van de Honderdjarige Oorlog in 1453 moest het Brugse Vrije konvooischepen uitrusten om de Vlaamse vissers te beschermen tegen Franse, Engelse, Normandische en Bretoense kapers en op het zeefront wachtposten in stand houden. De kustbewoners werden meermaals opgeroepen om de zeegrens te bewaken.
1436 Nadat een aantal Sluizenaars, op terugweg van La Rochelle, door Engelse zeerovers in het Kanaal waren
aangevallen en vermoord, besluit hertog Filips de Goede om de Engelse vlootbasis in Calais te veroveren.
De expeditie naar Calais is een mislukking want na negentien dagen belegering trekken de aanvallers zich
op 28 juli 1436 terug.

Deze poging om Calais in te nemen wordt op 10 augustus gevolgd door een razzia van Engelse troepen.
Deze worden aan wal gezet op Cassant. Have en goed worden meegenomen. St-Baafs verleent gedurende
lange tijd aan de pachters en tiendplichtigen vrijstelling van het betalen der schulden, omdat „in 't jaer '36 vele verlies adden van den Hinghelsche”.
Na Cassant geplunderd te hebben, trekken de troepen verder naar Oostburg en Aardenburg.
1439 Onder leiding van ridder Heyndrick van Borsele, Heer van Vere, overvallen de Hollanders, bestaande uit bannelingen, boeven en moordenaars, schepen in de haven van Sluys en steken over naar Cassant om te plunderen.
1446 In de week vóór Pasen woedde weer een hevige storm, die gepaard ging met hoge vloedstanden. St-Baafs
spreekt in de rekening van dat jaar over de “costen ghedaen in de heleghe weke om de noot van den grooten vloeden in Cadsant, Oosburchambocht, ende Ardenburch-ambocht”. Op het eiland Cadsant had de Noorddijk
van dijkbreuken te lijden. Sommige percelen van St-Baafs bleven een paar jaar onbebouwd liggen vóór ze
opnieuw werden verpacht. Er moest een nieuwe inlaagdijk worden gemaakt, waarvan de kosten werden omgeslagen over alle ingelanden van het Oudeland. St-Baafs, de heer Van der Capelle en Jan de Baenst,
baljuw van Brugge, hadden als de grootste gelanden de zwaarste lasten te dragen. Door deze inlaagdijk werd
een gedeelte van het Oudeland aan de zee prijsgegeven. De pachters kregen daarna opnieuw een stuk grond toegewezen, maar eerst in 1448 kon het land weer opnieuw worden bezaaid.
1449 Een storm doet de Noorddijk doorbreken.
1450 Ook in het jaar 1450 hield men van lekker eten. De edelen en hun aanhang uit Brugge hielden eetfestijnen die
soms dagen duurden. Op tafel kwamen grutten, ham, vis, gezouten rund-, gezouten schapenvlees, veel wild,
reigers en pauwen, al dan niet gevuld en geconfituurd. Waren er dames, dan kwamen kastanjes, vijgen, dadels, gember, gekonfijte kweeën, en allerhande suikergoed voor de dag. Al die hartige spijzen wekten de dorst van de Brugse edelen op. Men dronk rode Beaune, uit Bourgondië, witte Poitou, Franse kust-, en rode of witte Rijn-
wijnen. De wijnen werden aangelengd met pekelwater, zodat de gasten meer dorst kregen en meer konden
drinken. Het volk kreeg de rekening.

Tot het gewone tafelgereedschap van de adel behoorde een stel zilveren lepels, afzonderlijk bestemd voor het
gieten van pekelwater bij de wijn. De vork was nog niet uitgevonden, maar de adel had wel tafelmanieren:
Leg geen brok uit uw mond weer in de schotel.
Doop uw brood niet in het zoutvat.
Zo ge sopt in uw kroes, drink de wijn uit of giet hem uit.
Maak geen herrie als men de schotel voor u wegneemt.
Hang niet, bij 't luisteren, op uw elleboog over tafel.
Steek uw brok niet op uw mes, dat kan u kwetsen.
Wrijf uw neus niet met de hand die het vlees houdt.
Bied aan niemand de rest van uw potage aan.
Besmeer het schoonlaken (tafellaken) niet.
Snuit uw neus niet overluid over tafel.
Spuw niet uit over de tafel heen.
Zitten er veel genodigden aan, dan betaamt het niet winden te laten.

Hoe anders ging het op Cadzand. Daar woonden landarbeiders en ambachtslieden. Het voedsel bestond uit roggebrood, meelpap en varkensvlees, voornamelijk spek. Er is voldoende kool, peulvruchten, verse vis en uien.
De aardappel was nog niet bekend. De tafeldrank was regenwater, opgevangen in een kuil of een ton. Het grondwater was zilt, dus ongeschikt voor consumptie.
Heb geen medelijden met de gewone man: hij at veel gezonder!
1452 De oudste kaart van het gebied rond de Zwinstreek. Lees verder...
1453 De problemen met de Engelsen zijn even opgelost, maar de Honderdjarige Oorlog was nog niet voorbij, want Franse, Engelse, Normandische en Bretonse kapers blijven de Vlaamse schepen plunderen. De kustbewoners worden meermaals opgeroepen om de wacht op te trekken, maar in 1453 landen de Fransen toch op Wulpen
en Cadsant. Het Brugse Vrije besluit schepen te bewapenen om de haringvissers te beschermen. Hiertoe
moesten de vissers een deel van hun haringvangst afstaan.
1471 In de winter 1471/72 woedde er een hevige storm en ontstond een hoge vloed, die de Noorddijk van Cadsant
deed bezwijken. Er moest hier een nieuwe inlaagdijk worden gemaakt, waardoor een strook land verloren
ging. Van een perceel van de St. Baafsabdij verdwenen 3 gemeten onder de nieuwe dijk. Een aantal pachters
behoefden jarenlang geen pacht te betalen omdat zij “verwatert ende gherumt” waren.
1477 27 september. De Cosmas- en Damianusvloed. Op de feestdag van deze heiligen staat het land tot 3 mijlen landinwaarts blank. Het is een gewone stormvloed, maar met veel schade aan Cadsant, Sluis, Damme,
Aardenburg, Oostburg en Biervliet.
Blijkens de rekeningen der St-Baafsabdij wordt het eiland Cadsant van alle zijden hevig door de golven
aangevallen, zonder evenwel het gehele eiland te overstromen. Zie polderkaart: Strijdersgatpolder en Antwerpenpolder hebben het minst te lijden. Daarentegen worden de dijken en sluizen aan de noordzijde
van het Oudeland en van de Tienhonderdpolder sterk gehavend, zodat zij „al ghemaect moeten zijn... omme
de groote noot van der zee". De dijken van de polder Bewesten Ter Hofstede (Zandpolder) hebben het ook
zwaar te verduren. Dit geldt eveneens voor de Capellepolder en de Bladelinspolder in het zuiden, waar het
volgend jaar zeer hoge dijklasten zullen worden geheven.
De vloed wordt langs de gehele kust gevoeld en had ook voor Walcheren gevolgen, "want die dijcken braken
ende gingen in."
1484 (aanloop naar de Vrede van Cadsant in 1492)
Tot 1492 heerst een zwaar conflict tussen koning Maximilaan van Oostenrijk en Vlaanderen.
In de Vlaamse steden ontstaat veel onrust vanwege het streven van Maximiliaan naar politieke, juridische en administratieve uniformering en centralisatie. De steden zagen dit als een gevaar voor hun traditionele
autonome stadsrechten. Ze komen in opstand.
Het eiland van Cadsant zal de komende jaren veelvuldig als uitvalsbasis gebruikt worden door de
troepen van Maximiliaan. Plundering is in deze tijd de bron van inkomsten voor de soldaten.
1488 In 1488 komt het tot een uitbarsting in een omvangrijke Vlaamse rebellie tegen het centrale gezag onder
leiding van grote steden als Ieper, Gent, Sluis, Damme en Brugge.
Door de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk worden de dijken verwaarloosd. Door een westerstorm
raken de dijken tussen Cadsant en Sluis beschadigd, waardoor de omgeving van Biervliet onder water komt te
staan. Cadsant blijft gespaard.
1489 Vanwege zijn strategische positie aan de Noordzeekust, de monding van het Zwin en de monding van de
Schelde is Sluis de enige functionerende Vlaamse havenstad.
Duitse troepen Van Maximiliaan van Oostenrijk, o.l.v. Graaf Engelbrecht II van Nassau-Dillenburg overvallen
op 3 september 1489 met dertig schepen het eiland Cadsant, dat ze plunderen. De rijkste ingezetenen worden gevangen genomen om te ruilen tegen losgeld.
Milities van Sluis en Oostburg maken een einde aan de plundering, jagen de plunderaars met achterlating van
de buit naar hun schepen terug, maken zich meester van de buit, en nemen drie schepen in beslag.
1490 Landvoogd Albrecht van Saksen krijgt van koning Maximiliaan van Oostenrijk de opdracht het eiland
van Cadsant in te nemen om van daaruit het opstandige Sluis aan te vallen. Dat gaat gepaard met plundering
en brandstichting op Cadsant.
De bewoners zoeken een goed heenkomen en vluchten zoveel mogelijk binnen de muren van de stad Sluis.
1491 In Sluis breekt onder de opeengepakte menigte de pest uit en maakt veel slachtoffers. Sommigen trachten naar Brugge te ontkomen, maar daar worden zij streng geweerd uit vrees voor besmetting.
De nieuwe bevelhebber van Brugge, Jean de Tenteville, stelt zich op op het eiland van Cadsant om, in naam van
Maximiliaan van Oostenrijk het opstandige Sluis aan te vallen. E.e.a. gaat gepaard met het plunderen van de omgeving.

Omdat de voedseltoevoer naar Brugge door graaf Engelbrecht II van Nassau-Dillenburg is afgesloten en
omdat de opstandelingen uit Sluis de schepen op zee aanvallen, heerst een grote hongersnood in de Zwinstreek.
De graanprijs stijgt. Tot overmaat van ramp is de herfst bijzonder nat, waardoor de winterzaaiingen vernield
zijn. De graanprijs wordt zo hoog, dat de gewone man het brood niet meer kan betalen.
1492 De Vrede van Cadsant, vrede tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Gent, wordt gesloten op 29 juli 1492 en
maakt een einde aan een grote, jarenlange opstand van de grote steden in Vlaanderen tegen Maximiliaan van Oostenrijk.
De vrede werd gesloten op het eiland van Cadzand (vandaar de naam) omdat de legercommandant Hertog van Saxen er zijn tenten had opgeslagen.
Op 12 oktober 1492 moet ook Sluis zich overgeven.
De Zwinstreek heeft zwaar geleden. Filips van Kleef heeft dijken doorgestoken. Vele landerijen liggen
onbebouwd, de sluizen verkeren in een betreurenswaardige toestand en een derde deel van de bewoners is omgekomen.
1497 In januari teistert de Sint Pontianusvloed Cadsant. De Zandpolder, no.32 komt onder water te staan. De Noorddijk
en de dijk van de Tienhonderdpolder bij het Zwarte Gat bezwijken. In 1498 wordt de Zandpolder opnieuw
ingedijkt, bestaande uit 2 polders, de Zandpolder en het zuidelijke deel de polder Bewesten Ter Hofstede.
In 1500 krijgt de Tienhonderdpolder een nieuwe inlaagdijk.
1498 PUBLICATIE TEGEN HET VLOEKEN
“ Omme dies wille dat mijn heere en de wet ten volle geïnformeerd zijn, hoe dat diverse personen hemlieden dagelijks vervorderen te zweren groote excessive en horribele eeden, ter blamatie en versmadenisse van den almogenden God, Zijne gebenedijde moeder, en al Zijne heiligen, zoo is't dat, omme daarinne te voorzien, men gebiedt van 's heeren en wetswege, dat elk, wie hij zij, hem verdrage van eenige zulke horribele eeden te zweren of te vermonden, op peine [straffe] en verbeurte van gesteld te wezen op een pellorijn [schandpaal] en zijne tonge met een ijzer doorsteken te wezen, zonder dissimulatie [zonder onthouding van de bestraffing].
Gepubliëerd den xijen in Meije anno, m.cccc.xcviij [14 mei 1498], present baljuw en schepenen.”
1500 1500-1750: Nieuwe tijden. Het leven op het platteland.
1501 Kaart van Vlaanderen met de situatie in 1274.
1505 Het Zwarte Gat wordt door bedijkingen gesloten door Willem du Croy en Jeronijmus Laureyn, op een in
December 1505 door Philippus verleend octrooi. Aan beide zijden van het Zwarte Gat ontstaan daarna de drie heerlijkheden Nieuwvliet, St. Pieter en Metteneije.
1506 Een wisselvallige zomer met veel buien. De oogst was heel slecht.
1508 Door de grote regenval staat de Zwinstreek deze zomer onder water.
1509 27 sept. Een tweede Cosmas- en Damianusvloed zorgt in 1509 voor dijkbreuken. Een deel van de Zwinstreek
wordt overstroomd, de eilanden Wulpen en Coezant verdwijnen bijna helemaal, de afdammingwerken van
het Zwarte Gat gaan verloren. Cadsant is nog steeds bezig om de schade van de stormvloed van 1497 te herstellen. Met man en macht heeft men het eiland kunnen redden en behouden.
Maximiliaan van Oostenrijk geeft een jaar later grote bevoegdheden aan het Brugse Vrije om de dijken en
duinen te controleren en te herstellen.
1514 De eerste molens op het eiland van Cadsant. Lees verder...
1516 26 dec. Stevensvloed. Het laatste parochiedorp op het eiland Wulpen, nl. Sint Lambert-Wulpen wordt verwoest.
1520 Vanaf 1520 worden betrouwbare landkaarten gemaakt met behulp van de driehoeksmeting.
1527 De Tuinekensschorre wordt ingedijkt en daarna St. Janspolder genoemd. De St. Pieterkapel en het dorp
Nieuwvliet worden er gesticht.
1529 De Heerlykheit van Nieuwvliet wordt gesticht.
1530 Grote storm- en overstromingsramp op Sint Felix quade Saterdach (5,6 en 7 november 1530) laat grote delen van
west Vlaanderen onder water lopen. Op Casant bezwijkt de noordelijke zeedijk en staan 9 polders onder water.
De Tienhonderdpolder schijnt in mindere mate te zijn aangetast, maar de door Adornis in 1527 bedijkte St-Janspolder vloeide weer geheel in, zodat het pas gestichte kerkdorp Nieuwvliet overstroomt.
1531 Op 5 mei 1531 verbiedt Karel V de strandvisserij. De reden is onduidelijk. Het is een probleem voor Cadsant,
dat deze vorm van visserij beoefent en tol moet betalen op de visvangst in het Zwin.
1532 2 november 1532 Allerheiligenvloed. De stormvloed treedt op bij doodtij. De schade is nog erger dan in 1530.
Veel van de dijken die tijdens de vloed in 1530 beschadigd raken, zijn nog niet helemaal hersteld. De Ter Hofstedepolder (het zuidelijk gedeelte van de eertijds grotere Zandpolder) op het eiland van Cadsant wordt overstroomd, maar wordt snel terug ingedijkt. Een gedeelte van de Bladelinpolder overstroomt, maar wordt
pas in 1540 drooggelegd, genoemd de Kleine Bladelinpolder.
1537 Door het herstel van de dijken worden de dijklasten in de Tienhonderdpolder ondraaglijk hoog; ze wegen
niet meer op tegen de baten die het land afwerpt. Vele ingelanden doen daarom afstand van hun land.
Dit geeft het dijkbestuur aanleiding een voorstel te doen, het gehele eiland Cadsant met alle aangedijkte polders,
een oppervlakte van ± 5000 gemeten omvattend, in één groot waterschap te verenigen ; immers, allen zijn
gebaat met het onderhoud der zeeweringen. Bij de vigerende regeling drukken de zware lasten op een te
beperkte groep van gelanden. Indien alle polders worden verenigd kunnen de bijdragen over een veel ruimer gebied worden omgeslagen. De opheffing der afzonderlijke polderbesturen, bestaande uit sluismeesters,
ontvangers en gezworenen, betekent bovendien een belangrijke kostenbesparing. Overtuigd van de redelijkheid
van het voorstel worden door Karel V bij besluit van 18 juni 1537 alle polders van het eiland Cadsant in één
groot waterschap verenigd. De Oudelansepolder en de Tienhonderdpolder worden het zwaarst belast.
Het volgende voorschrift geldt:
Wanneer er gevaar van dijkbreuk en overstroming dreigt, wordt aan de kust „een bake up gherecht" en alarm geslagen met „clocken ende becken". Iedereen die in het waterschap gegoed en geërfd is moet zich dan met bekwame spoed naar het „baken" begeven om „de zee te helpen weren".
Bron: Baltyn, A. - Priem, F.; Documents des archives de l'etat et de la province a Bruges, 1604-1858.
1540 In 1540 trekt men in Heist, Breskens, Cadsant en Raversijde de wacht op tegen Schotse zeerovers. De plaatselijke hoofdman staat verantwoordelijk voor de organisatie. Ook in 1546 blijkt dit nodig te zijn.
1548 In 1548 blijkt het andermaal noodzakelijk wachtposten uit te zetten in Breskens, Wulpen, Cadsant en Heist ter bescherming tegen Schotse zeerovers.
1549 De Schotse zeerovers blijven actief. Keizer Karel verordent dat alle schepen die op de zee varen bewapend
moeten zijn. De vissers protesteren, omdat hun boten zo klein zijn en omdat zij maar enkele kilometers uit
de kust varen.
1550 De vruchtbare gesteldheid van de Zeeuwse eilanden bevordert er landbouw en veeteelt. Zeeland wordt het
eerste gebied in de Nederlanden, dat bij uitstek geschikt is voor de graanbouw en in 't algemeen voor de
akkerbouw. De Zeeuwse tarwe staat in de Middeleeuwen bekend als de beste. ‘Het landt is hier seer vet ende vruchtbaer tot alle landtbouwinghe:’ schrijft Guicciardini, ‘maer besonderlijck wordt hier het schoonste, edelste
ende beste koren ghewonnen, dat men schier met ooghen mocht aensien, soo dattet rijs schijnt te wesen’.

Vanaf 1550 komen er opnieuw problemen in Frankrijk. Vanaf 2 oktober 1551 wordt de kustwacht ingesteld.
Twee mannen worden als wachters op de duinen van Cadsant geplaatst. Het jaar daarop wordt een volledige mobilisatie afgekondigd. Boden bezoeken onze parochie om de weerbare mannen duidelijk te maken wat zij
moeten doen wanneer men 'de seignen en teeckenen zag die men toghen zoude indien de vianden up tlant
commen wilden'.

Na circa 1550 zet de Kl. IJ. krachtig door met veel winterweer, weinig warme zomers en meer neerslag.
Omstreeks 1600 wordt het eerste dieptepunt bereikt, kort voor 1700 een tweede.
1553 Er is een ommeloper gemaakt van het Oudeland van Cadsant. Een ommeloper omschrijft alle percelen van een waterschap en groeperen deze in „blokken". De grenzen van een blok, bestaande uit wegen, watergangen
en/of dijken, worden telkens aan het hoofd van een groep percelen uitvoerig omschreven, waarbij de aanhef onveranderlijk luidt: „Dit beghint...". In de oudste omlopers zijn deze blokken in margine genummerd, zodat
de gewoonte ontstond een bepaalde groep van percelen met een rangnummer aan te duiden) onder invloed
van de eerste woorden der omschrijving sprak men toen van het zoveelste „begin".

De kaden of kleine dijkjes, waardoor de polders eertijds werden omringd, zijn evenwel alle verdwenen. De
cades van de kleine polders werden reeds in de middeleeuwen afgegraven, omdat men dacht, dat zij geen
zin meer hadden, toen nieuwe poldertjes zich aan de buitenzijde rond de oudere schaarden en deze
beveiligden. Volgens de 16e eeuwse omloper van het Oudeland van Cadsant werden de verschillende
„beginnen" nog slechts door wegen, paden en waterlopen begrensd.

De Watering van Cadsant is een samenvoeging van vijf polders (Oudelandse polder, Vierhonderdpolder bezuiden de kerk , Strijdersgatpolder, Zuidzandepolder en Vierhonderdpolder bij Ter Hofstede), die elk afzonderlijk
worden beschreven. Volgens gegevens aan de omlopers zelf ontleend gaan de opgaven van  de omvang van de percelen en van de ligging ervan terug op metingen uit de 16de eeuw: de Strijdersgatpolder en
de Zuidzandepolder zijn resp. in 1503 en 1508  opgemeten door de landmeters Pieter Sijmonsen Hendriksen en Claas Tant en de opmeting van de Oudelandse polder door Francois van der Poorte dateert van 1553.

In de omloper van het Oudeland van Cadsant (1553) staan ±925 gemeten grond in het Oudeland op naam
van Zijne Keizerlijke Majesteit, d.w.z. dat deze grond leenroerig is aan de Burg van Brugge. De grootste grondbezitter is de St-Baafsabdij met ± 210 gemeten. (gemet: oppervlaktemaat van ongeveer 0,4 ha)
1555 In een ommeloper van Cadsant uit 1555 komt nog steeds de Val voor, een water NW van het dorp Cadsant. Dit
water wordt ook genoemd in 1177 en in 1417. Dit is waarschijnlijk het later in 1600 genoemde Kievittegat.
1563 Terwijl men zich op de zeeroverij en een eventuele landing op de kust of in de monding van het Zwin,
concentreert, dreigt gevaar van de andere kant.  Sociaal-economische onrust, versterkt door ontevredenheid
op religieus gebied, brengen vanaf 1563 grote onveiligheid met zich mee. Roversbenden trekken door het
Vlaamse land. Het Brugse Vrije is verplicht "om te doen waecken upde kercken ende de lansman te voorsien
van wapenen". Deze bewakingsposten kunnen niet beletten dat de Beeldenstorm zich in 1566 vanuit de
Westhoek over Vlaanderen verspreidt.
1566 Te Keulen overlijdt de godgeleerde Georgius Cassander , geboren te Casant in 1515.

Uit nader onderzoek blijkt echter dat Georgius Cassander op 31 augustus 1513 is geboren als Georgius Casant in Pittem bij Tielt (B). De naam Casant schijnt er dus slechts op te wijzen, dat de familie oorspronkelijk uit Casant afkomstig was.
Op 28 februari 1531 ging hij studeren aan de faculteit der Vrije Kunsten in Leuven en behaalde in 1533 de graad van Magister Artium Liberalium. Via Gent, Brugge en Rome kwam Georgius Cassander in 1549 in Keulen terecht, alwaar hij is gestorven op 3 februari 1566.
1566 Menig Middeleeuws kerkgebouw heeft te lijden onder de Beeldenstorm. De Beeldenstorm is één van de
voorboden van de komst van een nieuwe godsdienstige stroming: de Reformatie. Bij deze stroming, in gang
gezet door Maarten Luther, gaat het om kerkelijke hervorming. Het Gereformeerd protestantisme doet zijn
intrede in Zeeland. De Onze Vrouwe kerk van Cadsant blijft deze vernielingen bespaard, omdat het Katholieke geloof zich tot 1603 heeft kunnen handhaven. De reformatie op het eiland zal pas met de komst van prins
Maurits in 1604 daadwerkelijk in gang wordt gezet.

De Hervorming vindt talrijke aanhangers en met gejuich worden in 1567 de Watergeuzen begroet. Als represaille stuurt Filips II de Hertog van Alva naar onze streken om de rust te herstellen. De Watergeuzen vluchten naar Engeland en de Noordelijke Nederlanden van waaruit zij plundertochten organiseren. Het Brugse Vrije blijft
vanaf 1568 bijna permanent in staat van paraatheid. Op de torens van Cadsant, Knocke en Heist worden
telkens twee wachters geplaatst. Dit bevel wordt herhaald in 1569, 1571 en 1572. Men plaatst wachters "up de zeedycken ende torren van den kercken staende omtrent de zeedycken. Prochiepapen ende andre gheestelicke personnen worden verzocht om ’s nachts in de kerken te gaan slapen".
1568 1568-1648 Tachtigjarige oorlog. Het jaar 1568 wordt beschouwd als het begin van de Tachtigjarige Oorlog
omdat de strijdkrachten van Willem van Oranje de Nederlanden binnenvallen. Watergeuzen bezetten enkele
havens in Zeeland en Holland. Tot vóór die tijd waren de Noordelijke Nederlanden en Zuidelijke Nederlanden
één gebied. Menig Middeleeuws kerkgebouw sneuvelt geheel of gedeeltelijk.
1570 1 november 1570. De Allerheiligenvloed. Het water zou landinwaarts zijn gejaagd tot aan Brugge en Gent. Er zijn veel doden tengevolge van de overstromingen. Cadsant krijgt het zwaar te verduren. Eén der burgemeesters van het Vrije spoedde zich onmiddellijk na de ramp naar het eiland Cadsant, waar het Oudeland en verscheiden polders waren ingelopen.
Coezand, Wulpen met twee dorpen, gasthuis en klooster, Wielingen met een kerkdorp, Schoonevelde met kerk en Heerenhuis enz. gaan verloren.
Op 5 november werd bij de Raad van Vlaanderen verslag uitgebracht omtrent de noodlottige gevolgen van de stormvloed. Inderhaast werden overal noodvoorzieningen getroffen om in het komend voorjaar het dijksherstel meer systematisch aan te pakken.
Dijken bouwen
1571 Het Brugse Vrije plaatste in 1571 in Cadzand een regiment met 8 kanonnen en 68 wapenuitrustingen om het eiland te beschermen tegen een eventuele aanval van de Watergeuzen, die zich in het Vlaamse deel van 't Zwingebied bevonden. Het waren Oranjegezinde vrijbuiters die vanuit zee kleine kustdorpen aanvielen, de kerk vernielden
en de pastoor vermoordden of tegen losgeld vrij lieten. Op de toren van de kerk werd de wacht gehouden.
1572 Toen in 1572 Vlissingen zich van het Spaanse bewind wist vrij te maken, werd deze havenstad de uitvalsbasis bij uitstek waaruit de Watergeuzen het Vlaamse kustgebied onveilig maakten. Op 1 oktober vallen de Watergeuzen binnen op de eilanden Cadsant en Oostburg.
Vanuit Spanje komen 11 galeien en 1600 soldaten om het Brugse Vrije te beschermen. De Hertog van Alva
probeert nog meer inwoners van het Vrije te mobiliseren, maar hij wordt gewaarschuwd dat vele inwoners sympathiseren met de rebellen en hen zelfs steunen, zodat hij op hen beter niet kan vertrouwen.
De vele plunderingen, het doorsteken van dijken, de vernietiging van bruggen en sluizen én de voortdurende krijgsverrichtingen hadden west Zeeuws-Vlaanderen in een puinhoop veranderd.
1573 Terwijl de laatste stormschade nog niet helemaal is hersteld, kijgen heel wat Zwinstadjes nog steeds bezoek van Vlissingse protestanten, omdat de bewoners van de Zwinstreek worden verdacht katholieke rebellen te herbergen. Ze bezetten Aardenburg en vernielen er het miraculeuze Mariabeeld waardoor ze meteen een einde maakten
aan dit bedevaartsoord.
Ze ondernemen van daaruit plundertochten naar Terneuzen, Sas van Gent, Assenede en Axel. Een poging
om Sluis te nemen mislukt, maar de katholieke kapel van het St. Magdalena Convent, wordt met de grond
gelijk gemaakt.
Teneinde te verhinderen dat de protestanten uit Zeeland zouden oprukken naar de Vlaamse kuststreek,
overweegt de hertog van Alva het doorsteken van de dijken van het ambacht Oostburg en van het eiland
Cadsant om een groot gedeelte van de Zwinstreek blank te zetten. Op deze wijze werd ook de ravitaillering van
de rebellen in Vlissingen verhinderd. Tegen dit plan rees echter fel verzet van de zijde van het Vrije. De
magistraat van dit district ontkende, dat er voedsel aan Zeeland werd geleverd. Het laatste jaar was er slechts
weinig graan geoogst, zowel in het ambacht Oostburg als op het eiland Kadzand. De geringe opbrengst aan
tarwe was geheel naar Antwerpen, Gent, Brugge, Sluis, Aardenburg, Eeklo en andere plaatsen gezonden, terwijl
men zich in het Oostvrije zelf vergenoegde met gerst, haver en bonen. Vlissingen werd beslist niet van hier uit
van levensmiddelen voorzien. Jaren van wederopbouw na enkele opeenvolgende stormvloeden zouden met
één pennetrek verloren gaan. Alva bezwijkt voor het protest. Hij laat een paar forten bouwen, Sluis versterken
en Groede en Breskens tot garnizoensplaatsen inrichten.
1574 Omstreeks 1574 worden er werken uitgevoerd aan de kerk van Cadzand. Om de werklieden te beschermen tegen Watergeuzen, vanuit het Oranjegezinde Vlissingen, wordt er een vendel voetknechten van de heer van Eechoute gelegerd onder leiding van kapitein van Provene en zijn luitenant Destinghem. De soldaten zijn tot minimaal
1576 in Cadzand gelegerd. Zie Vijverstraat
1576 Een broeder van het observantenklooster uit Sluis wordt tijdens het opdragen van de mis in de Mariakerk in Cadsand door de Bosgeuzen ontvoerd. Op aandringen van Petrus Simons, bisschop van Yperen, is een losgeld
van ƒ600 betaald om de broeder weer vrij te krijgen.
1577 Als Zeeland van de Spanjaarden bevrijd is, kan het protestantisme zich uitbreiden. Stilaan krijgen de Calvinisten
de overhand. Bijeenkomsten van Katholieken worden verboden, de kerkgebouwen daardoor ongebruikt. In de parochies stellen ze een predikant aan en gebruiken de kerkgebouwen van de Katholieken voor hun diensten.
Op Cadsant zal dit na de verovering door Prins Maurits van Oranje in 1604 gebeuren.
1578 De eerste betrouwbare plattegrond van het dorp Cadsant. Lees verder...
1579 Sluis dient beschermd te worden tegen eventuele aanvallen van de Spanjaarden. De versterking van de vestingwerken wordt bekostigd uit de verkoop van het zilverwerk uit de Katholieke kerken, godshuizen en kloosters.
De klokken worden uit de kerktorens van de omliggende parochies gehaald en in Sluis verzameld, om te
worden omgesmolten tot zwaar en licht geschut. De inwoners zijn dit aan Sluis verplicht, omdat zij in tijd van
nood hun toevlucht zoeken binnen de muren van de stad.
Op 17 juli 1579 worden door Jaques Christiaanssen de klokken van Cadsant (St. Lamberttoren), Groede en
Oostburg in Sluis afgeleverd tegen betaling van 18 pond, 6 schellingen en 4 grooten.
1580 Groede, Breskens, Oostburg en Nieuwerhaven zetten hun sluizen open, waardoor heel de Zwinstreek onder
water staat. De Calvinisten gebruiken het water om de opmars van de Spanjaarden te stuiten.
Door deze overstromingen (en plunderingen in de komende jaren) vlucht het grootste deel van de bevolking
van Cadsant naar Vlaanderen.

Het huidige West Zeeuwsch Vlaanderen, dat ressorteerde onder het Vrije van Brugge (een bestuurseenheid
binnen het graafschap Vlaanderen) treedt op 1 februari 1580 toe tot de Unie van Utrecht, die op 22 januari 1579 gesloten was. Maar de stad Brugge valt in 1584 in handen van Parma, waardoor het Vrije van Brugge, behalve
het oostelijk gedeelte (het zgn. Oost Vrije) aan de Unie van Utrecht wordt onttrokken. Het Oost Vrije, dat bij resolutie van 5 februari 1586 ontheffing krijgt van alle onderhorigheid aan Brugge, wordt in 1587 door Parma
bezet. In 1604 maakt Prins Maurits dit ongedaan, waarna dit gebied staatkundig t.o.v. Zeeland in de plaats trad
van Het Vrije van Brugge en als 'Het Vrije van Sluis' de geschiedenis in gaat. Op het eind van de 18e eeuw
bestaat Het Vrije van Sluis uit het Land van Cadsant, het Oostburqer Ambacht en het Aardenburger Ambacht.
1581 Door het stijgend aantal hervormde gemeenten wordt op de Synode van Oostburg (12 september 1581) beslist
om de West-Vlaamse synode verder te splitsen. Daarbij wordt Sluis het hoofd van Aardenburg, Middelburg (Vl.), Oostburg, Sint-Anna-ter-Muiden, Westkapelle, Ramskapelle, Heist, Knokke, Lapscheure, Cadsant, Hannekenswerve, Groede, Breskens, Schoondijke en Sint-Kruis.
1582 De Hervorming op het eiland van Cadsant is tot de komst van Prins Maurits in 1604 niet echt doorgevoerd.
Volgens geschiedschrijvers is dit toe te schrijven aan de afgezonderde toestand waarin Cadsant als eiland
verkeerde. Een plausibelere verklaring is, dat na Mei 1587, toen het Brugsche Vrije alle ketters uit zijn
gebied verbande, Cadzantenaren, liever dan het Protestantisme te verloochenen, het eiland verlieten en zich
elders gevestigd hebben, maar bepaald ontvolkt is het destijds niet. De vele plunderingen door vreemde legers,
die Cadsant gebruikten als uitvalsbasis naar Sluis en Brugge, waren nóg een reden. Bovendien stond Cadzand
weer onder Spaans ( Rooms) bewind. Het zielental bleef er groot genoeg om door een pastoor bediend worden.
Zowel in 1597 (pastoor Sijmoen Vermeulen) als in 1603 is hier nog een pastoor werkzaam geweest.

Op de classis (regionale vergadering) van 18 december 1582 te Sluis wordt voorgesteld om Joost van den Rosiere, predikant te Knokke, predikbeurten in Cadsant waar te laten nemen. Er zijn verder geen berichten bekend over
dit voorstel of over zijn vertrek uit Knokke. Er wordt besloten dat de predikanten van omliggende gemeenten om beurten de dienst zullen waarnemen, eerst Jan van Diest en daarna Daniel Wante, Thomas Bruscerus, Joh. Magus, Gillis van Houte en Jacobus Noortman.
In April 1583 verschenen wederom afgevaardigden van Cadzand voor de classis met verzoek om een eigen leraar. De classis besloot daarop te Cadzand te beroepen den predikant van Blankenberghe, doch het is onzeker of dit beroep nog is uitgebracht. Jan Missuëns heeft niet als vast predikant te Cadzand gestaan, maar er alleen van
tijd tot tijd een predikbeurt vervuld.
1584 Door de Spanjaarden wordt Fort Ter Hofstede gebouwd ter versterking van de rechteroever van het Zwin tegen aanvallen van de Engelsen. Na de capitulatie van Brugge op 20 mei 1584 worden de soldaten die Brugge hadden belegerd naar Cadsant gestuurd om er te gaan plunderen. Ze steken ook alle huizen en schuren in brand. Bijna
de gehele bevolking van westelijk Zeeuws-Vlaanderen is naar veiliger oorden gevlucht. De zeeweringen worden aan hun lot overgelaten en overstromen de polders van het eiland van Cadsant.
1586 De oogst is volledig mislukt door gebrek aan arbeiders, zaaigoed, paarden en ossen om de ploegen te trekken.
Door de oorlog konden de akkers niet bewerkt worden. Het gevolg is de hoogste graanprijs sinds eeuwen.
Brood werd gebakken van gerste- en peerdebonen (kleine tuinbonen).
1587 De strijd om Sluis wordt ingezet op 11 juni 1587. De Spaanse troepen onder leiding van La Motte bezetten het
Sint-Annafort. Farnese trekt met zijn troepen naar Aardenburg en daarna naar Cadsant om de Zwinmonding te blokkeren.
1588 Bartholomeusnacht de leiders van de Hugonoten worden vermoord. Er breekt een burgeroorlog uit in Frankrijk. Hugonoten vluchten naar het buitenland. Velen zullen vanaf 1617 naar Zeeuws-Vlaanderen vluchten. In 1685
komt een groep naar Cadsandt.
1590 Allerheiligenvloed. Het Oudland van Cadsant en verschillende omliggende polders lopen onder water. De
bewoners moeten vluchten en de zeeweringen lijden zware schade.
1594 In mei 1594 kwam Maurits van Nassau de stad Sluis belegeren. Generaal Ambrosius Spinola ontving van
aartshertog Albrecht bevel, naar Sluis op te trekken om Maurits te dwingen het beleg op te heffen.
Teruggedrongen tot bij Damme begaf Spinola zich naar het eiland Cadsant om de aanvaller in de rug te
besluipen. Zijn soldaten brandschatten en roven. De bewoners moeten weer vluchten.
1597 Fort Ter Hofstede wordt grotendeels vernield door een stormvloed.

Uit een akte van 1597 in het archief van Sluis, blijkt het bestaan van het Schuttersgilde van St. Sebastiaan te
Cadsant:
Den Heer Sijmoen Vermeulen, pastoor van Cadsant, Bartholomeüs Jansens, deken van het Schuttersgilde
van St. Sebastiaan aldaar en zekere Nikolas Dort, aldaar woonachtig, verklaren gelicht te hebben op de griffie
van de stad Sluis een zilveren halsband met tien zilveren vergulde schilden en een klein zilver shildeken met
vijf zilveren gaaien, te weten een grooten gaai, een middelbaren en drie kleine, hangende aan een zilveren ketentje, alles toekomende het voorzeide gilde en indertijd op die griffie in bewaring gegeven!
De gildeornamenten, waarvan hierboven gesproken is, zijn waarschijnlijk in de loop der 18e eeuw verkocht.
3 Juni 1769 gaf het Vrije aan de kerkeraad van het dorp verlof om “eenige zilveren schilden komende uit hoofde
van een oud schuttersgilde ten voordeele der armen te verkoopen”. (Dr. Jan de Hullu)
1604 Op 25 april landt Prins Maurits op Catsandt. Lees verder...

Het weer wordt nog steeds beïnvloed door de Kleine IJstijd, die rond 1430 begonnen is. Het eerste dieptepunt
is nu bereikt, veel winterweer, weinig warme zomers en veel neerslag. Kort voor 1700 zal een tweede diepte-
punt bereikt worden.

Nog een dieptepunt: de lonen van de boerenknechten en meiden zullen tot 1900 niet verhoogd worden.
1606 Heel het Westelijke gedeelte van Zeeuws-Vlaanderen vertoonde de trieste aanblik van een eindeloos moeras,
waar hier en daar een bebouwde kom uit opstak. Om hun vaderland te verdedigen hadden de Hollanders het
merendeel van hun dijken doorgestoken, aldus talrijke plaatsjes voor immer opofferend. Achter de enkele
gespaard gebleven dijk staken slechts de steden Sluis, Mude, Oostburg, Aardenburg, Groede, Catsandt
en IJzendijk boven de onmetelijke watervlakte uit. Er was geen enkele Roomsgezinde in de streek gebleven
en het merendeel der Protestanten had een onderkomen gezocht achter de wallen van Sluis.
De leegloop van Catsandt de afgelopen jaren, blijkt onder meer uit het in 1606 uitgevaardigde verbod om
zink- en dijkstenen en andere bouwmaterialen te ontvreemden van het eiland, op straffe van 50 Carolusguldens.
De verwilderde wolven zijn talrijker dan mensen. Op 27 oktober geven burgemeester en schepenen van het Land van den Vrije de opdracht aan alle inwoners van het land van Catsandt om komende zondag op de wolven te
jagen, omdat ze grote schade aanrichten. Op het niet deelnemen aan de jacht staat een boete van vijf schellingen.
Diegene die een wolf vangt krijgt een beloning van negen gulden.
1608 Op 12 november vragen Jan Alenzoene en Lieven de Clerck, tegenwoordig ouderlingen van de kerk van Catsandt,
toestemming aan het College van Sluis om een predikant aan te stellen. Het College stemt toe en verwijst hen
naar Franchois de Jonge in 's Gravenhage.
1609 Twaalfjarig Bestand (1609-1621).
Het Vrije van Sluis geeft nogmaals toestemming om ‘den wolff te iagen’ in het Vrije van Sluis.
Toen Prins Maurits in 1604 West Zeeuws Vlaanderen, dus ook Catsandt, op de Spanjaarden had
veroverd, was de Protestantse kerk (de voormalige Onze Vrouwekerk/ Mariakerk) een bouwval geworden
door een overstroming en het weghalen van lood uit dakgoten en sponningen voor het gieten van kogels.
Toestemming werd gegeven de zuidelijke beuk weer op te bouwen voor de Hervormde Eredienst. De oost-
en de westgevel worden tot de grond toe afgebroken en nieuw opgetrokken van gele handvormsteen;
de andere gevels, waar het nodig blijkt, worden met oude gele moppen hersteld. Om onduidelijke redenen
worden alle muren 1 meter verlaagd. De consistoriekamer rust waarschijnlijk op de fundamenten van de
vroegere sacristie. Door gebrek aan middelen zal het tot 1641 duren, voordat de noordbeuk hersteld kan worden.
1611 Klokkengieter Jan Burgerhuys uit Middelburg plaatst een nieuwe klok in de Lambertustoren van de N.H. kerk
te Catsandt. De oorspronkelijke klok was in 1579 door Philips opgeëist en omgesmolten voor de productie
van kanonnen.
1613 Er wordt een nieuwe, bijgewerkte, ommelooper met kaarten van het gehele lande van de Groude en de polders gelegen tussen Catsandt/Breskens en de Nieuwerhaven gemaakt door Cornelis Jansz. d’oude, Jacob Jan Symonsz.
en Steven Jan Symonsz.
Bij een ommelooper is het gebruikelijk wijzigingen aan te brengen (te verhevenen), nadat het geheel door aantekeningen onoverzichtelijk is geworden. De ommeloper van 1613 wordt verhevend in 1616 en 1617 door
Andries van Dijl. In 1618 wordt de ommelooper inclusief kaarten gekopiërd door Abraham Nieuwerf.
De ommelooper van 1621 is geschreven door Philip de Vlamingh, landmeter van het Vrije, Zijn opgaven zijn dermate betrouwbaar, dat tot ver in de 18de eeuw aan zijn werk wordt gerefereerd.

Doopsgezinden uit Belgisch Vlaanderen strijken rond 1613 neer in de omtrek van Aardenburg en in het stadje
zelf, van 1626 af in de buurt van Nieuwvliet. Behalve de Doopsgezinden waren terzelfder tijd een aantal
Hugenoten uit het Walenland naar Aardenburg gekomen. Van 1617 af begon een stroom van Hugenoten uit
het Rijsselsche en van bij Calais zich naar het nieuwbedijkte land van Groede te richten. Anderen, uit Marck bij
Calais, vestigden zich in de jaren 1637 en 1638 onder St. Anna ter Muiden.
1620 Op verzoek van de hoofdmannen van Casant wordt de Oostmolen van de Strijdersdijk verplaatst naar de Marien Weegh 200 roeden van de kerktoren van Casant. Dat is op de plaats van de huidige molen Nooitgedacht.
1621 Na afloop van het 12-jarig Bestand 1609-1621 worden bij de vroegere schans Terhofstede op Catsandt de forten Oranje (1621) en Nassau (1622) gebouwd. Deze versterking heette eerst Cassandria. Na het bouwen van de 2e wal wordt de naam Retranchement.
De Spaanse veldheer Don Inigo de Borgia, gouverneur van het Casteel van Antwerpen, trekt met 9000 manschap-
pen op via Yzendijcke en Oostburg naar het eiland van Cadzandt, teneinde Sluis te veroveren. Hun voornemen
wordt ontdekt door de gouverneur van Sluis. Deze landt met zijn soldaten op Cadsandt. Ook zakken enkele oorlogsschepen uit Zeeland af naar het eiland. Bij het zien van deze overmacht keerde Borgius terug.
1634 Een Frans leger van 8.000 manschappen onder leiding van een zekere La Fontaine wilde 's nachts Catsandt op de Staatsen veroveren. Op dat moment zeilde er een kaper met een grote buit voorbij op weg naar Walcheren,
onderwijl enkele vreugdeschoten lossend. La Fontaine dacht dat het oorlogsschepen van de Staatsen waren, die Catsandt kwamen ontzetten, waarop hij zijn aanval staakte.
1636 10 januari 1636. Octrooi van H.M. Staten Generaal tot bedijking van 2 schorren te Catsandt.
1639 10 februari 1639. Octrooi van H.M. Staten Generaal tot bedijking van schorren en slikken te Catsandt.
1641 Omdat de Kerk de afgelopen jaren geen geld en bouwmateriaal had, kan de noordelijke beuk van de N.H. kerk
pas 30 jaar na de zuidelijke beuk worden hersteld. De kerkvoogdij heeft daarvoor kapitaal moeten lenen.

In april probeerde het Spaanse leger met 8.000 manschappen met ponten Catsandt aan te vallen. Door het slechte
weer werd de aanval gestaakt met achterlating van enkele boten, die vastzaten op het strand. Een tweede aanval stuitte op een te sterke verdediging. Bij de derde poging kwam bij het oversteken vanaf de haven van Sluis een storm opzetten en moesten ze onverrichterzake terugkeren.
1648 Op 30 januari wordt Zeeuwsch Vlaanderen bij de Vrede van Munster aan de Vereenigde Nederlanden afgestaan.
1660 De ligging van de polders. Zie kaart
Grootgrondbezitters in west Zeeuws-Vlaanderen zijn Hendrick Thibaut (1604-1667), lid van de Stedelijke Raad en burgemeester van Middelburg en Adriaan van Hecke (1648-1661), burgemeester van Vlissingen.
Thibaut heeft 1010ha landbouwgrond (12,5% van alle grond). Bijna alle landbouwgrond is in bezit van Zeeuwse en Hollandse grondbezitters.
1665 De smid in Cadzand is Jan Troij (1624-1665), afkomstig uit Nieuwvliet.  
1666 Voor de kust van Sluis/Catsandt vindt de Vierdaagse Strijd (11, 12, 13 en 14 juni 1666) plaats tussen de Engelse schepen en de Hollandse en Zeeuwse.
1668 In de zomer van 1668 tot en met 1669 verspreidt de pest zich over Vlaanderen
1670 De aardappel, in 1492 door Columbus meegenomen uit Zuid-Amerika, is naar Nieuwpoort gebracht door een Engels garnizoen. Van daaruit verspreidt de teelt van de aardappel zich over Vlaanderen.
1672 De berenning van Aardenburg. Het zwak verdedigde stadje (74 manschappen met 4 stuks licht geschut en 140 weerbare burgers) wordt aangevallen door meer dan 4000 Franse soldaten, anderen melden 8000 manschappen
Er schieten onder andere 40 soldaten uit het retrenchement op het eiland van Catzandt en 125 man uit Sluis te hulp.
1673 Prins Willem III bezoekt op 18 april, vanuit Vlissingen, Zeeuws-Vlaanderen.
1676 Op 27 februari schrijven de H. Mog. een extra oorlogsbelasting uit voor het ressort Zeeuws-Vlaanderen.
Het dorp Catsandt telt 41 woningen, Retranchement 25 en Terhofstede 29.
1677 De kerkvoogdij verkoopt bijna al haar grondbezittingen om de geldlening en bijbehorende rente voor het
herstellen van de kerk in 1641, te kunnen aflossen.
Wegens instortingsgevaar wordt de Lambertustoren afgebroken.
1682 Een grote overstromingramp op 26 januari 1682. 't Land van Catsandt loopt onder, onder andere de Elizabet-
polder, Barbera-polder, Tienhonderd-polder, de Sticke-polder, de Zwarte Polder, de grote en kleine St. Anna-
polder, groot en klein Wulpen en de Sand-polder.  Naderhand heeft Catsandt nog meer geleden.
“Polder bij polder werd door een geweldigen stormvloed overstroomd. Sommige om weken- en maandenlang bedolven te blijven onder het zoute zeewater, dat het te veld staande winterkoren volslagen bedierf, groote
schade toebracht aan het in de schuren opgestapelde graan, het gedorschene uit de dorschvloeren zeewaarts
deed wegspoelen en de akkers voor korter of langer reeks van jaren met onvruchtbaarheid sloeg.”
1685 In grote getale vluchten protestanten naar westelijk Zeeuws-Vlaanderen, nu ook naar Catzandt, alwaar ze asiel krijgen. De bevolking bestaat nu uit Vlamingen en Fransen volgens de volkstelling in 1685. Lees verder...
Er volgen groepen in 1713 en 1771.
1688 Inwoners van Cadzand-dorp. Gezinshoofden, knechten en meiden.
1695 31 januari. Plakkaat van de H. Mogenden tegen landlopers en bedelaars, bekend onder de naam van Egyptische heidenen.
1706 De koudste novembermaand sinds tijden.
West-Zeeuws-Vlaanderen is in deze tijd doorsneden met stroomgeulen of zeegaten waarover vervoer van have
en goed plaats vindt per schuit, per zeilboot en met roeibootjes. De landwegen zijn een groot deel van het jaar onbegaanbare slijkpaden.
1708 Na de slag bij Oudenaerde op 11 juli, waar de geallieerde troepen de Fransen versloegen, trokken deze naar
het noorden. Bij die gelegenheid ondernamen ze een strooptocht naar Staats-Vlaanderen.

Zondagmorgen 29 Juli 1708. Een Franse legermacht van ongeveer 9000 man drong over de Passegeule, onder Ysendycke, Waterlandkerkje en Schoondycke binnen, meer dan 30 hofsteden geheel of gedeeltelijk en in de
dorpen en gehuchten tal van woonhuizen in de asch legde, omtrent 500 stuks paarden en ander vee als buit meevoerde, schatten aan granen en huisraad bedierf of plunderde, in alles te zamen een schade aanrichtte van
ruim achtendertigduizend achthonderd vierentachtig ponden Vlaams, zoodat de landlieden 'als desperaat
waren geworden en niet tot bedaren konden gebracht worden'.
1709 De winter van 1709 is een zeer strenge, de prijs van levensmiddelen en graan schiet omhoog, wat hongersnood betekent voor de minder gesitueerden.
De bewoners van Catsandt zijn relatief ongevoelig hiervoor. Het uitbaten van hun boerenbedrijfjes vormt een nevenactiviteit naast het hoofdberoep van landarbeider. Ze zijn niet afhankelijk van de prijzen op de markt,
omdat ze de opbrengst van hun bedrijfje niet verkopen. Akkerland met graan, de moestuin en zuivel van de bescheiden veestapel voorzien een gezin in de eerste levensbehoeften.
1715 21 okt. Aan de gevluchte Hugenoten uit Frankrijk wordt in Zeeuws-Vlaanderen het Burgerrecht aangeboden.

Na een tijdperk van anderhalve eeuw oorlogen heerst er weer vrede over de Zwinstreek. Het Vrije behoudt
echter de kustwacht omdat een nieuw soort gevaar opduikt. Af en toe verschijnt een handelsschip uit tropische landen, waarvan de bemanning aan een besmettelijke ziekte lijdt. Het Vrije roept de “souvereinsgasten” op
om te verhinderen dat besmette vaartuigen aanlanden. Ondertussen wordt de veestapel getroffen door een
of andere ziekte.
De vermelde feiten beletten niet dat de landbouw en de handel vanaf 1715 goed op dreef komen. Het aantal neringdoenden en ambachtslieden neemt toe; in een kleinere parochie werkt een molenaar, een smid, een wagenmaker. In grotere parochies twee of drie molens (molenwerkers), smissen hoefsmeden), wagenmakerijen. Daarnaast vindt men overal gareelmakers, timmerlieden, kleermakers, schoenmakers, metsers, strodekkers,
kuipers, glazenmakers, brouwers, winkeliers, herbergiers. Sommige dorpen beschikken over een chirurgien-
barbier (geneesheer); enkele personen leggen zich toe op vlas roten en (thuis) zwingelen. Toch tellen de meeste parochies ca. 10 % "aerme dischghenooten".
1715 Vrijdag 7 november 1715. Helvetius, rentmeester te Sluis, huurt in Catsandt een boot met bemanning om naar
een verongelukt Engels schip in ’t Zwin te varen. Veel goederen van het schip duiken op in het Land van
Catsandt, maar worden teruggevorderd. Jacob Eman uit Catsandt is met een wagen vol goederen naar Biervliet gereden. Hij is onvindbaar gebleven.
1721 Aan de kruising Mariaweg/Ringdijk-Noord wordt in 1721 door Chr. Huygens en Jul. van den Berge een staak/standertmolen 'De Kat' gebouwd. Lees verder...
1730 Beschrijving uit 1935 van de Cadzandsche boerenkeuken door dr. J. de Hullu. Lees Verder...
1733 Enkele vaartuigen met Salzburgse emigranten (vanwege hun protestantse geloof en de slechte arbeidsomstandigheden) landen bij Breskens om zich in het Land van Catsandt te vestigen. Het grootste deel
komt naar Groede en Nieuwvliet. De overigen worden ondergebracht in Aardenburg. Vanwege een tekort aan landarbeiders zijn deze boeren zeer welkom. Aangezien de arbeidsomstandigheden in Zeeuwsch-Vlaanderen
ook niet rooskleurig blijken te zijn, gaat een grote groep weer terug naar Salzburg.
1735 De schuur van hofstede Albert-Van Houte aan de Lange Strinkweg brandt af.
1740 Een strenge winter zorgt voor hongersnood. De winter valt al vroeg in de herfst van 1739.
De kindersterfte in West-Zeeuws-Vlaanderen is hoog. In de periode 1730-1820 bereikt slechts 49% van de
kinderen hun twintigste levensjaar, De sterfte onder zuigelingen is eveneens hoog in vergelijking met gebieden buiten Zeeland en het landelijk gemiddelde. Mogelijke oorzaken zijn de slechte kwaliteit van (verzilt) drinkwater
en voeding met koemelk, dat met dat water aangelengd is. De sterfte onder jongens ligt wat hoger dan onder meisjes. De gemiddelde leeftijd van West-Zeeuws-Vlaamse boerinnen, die trouwden tussen 1700 en 1760, bij
de geboorte van hun laatste kind is 42 jaar.

- Cornelis Lievensz., geboren te Zuidzande rond 1697, verdronken te Catsandt op 24 december 1740, begraven
aldaar op 24 maart 1741. In het begraafboek van Catsandt 1702-1786 staat onder 24 maart 1741 als toevoeging:
Deze Versprille is verdronken op kosnagt 1740 (kerstnacht).
1741 Meesterschilder Tack begint een schildersbedrijf.
1742 Met het indammen van Brugges kanaal werd het Land van Cadzand aan Oostburg gehecht.
1747 17 apr. Tijdens de oorlog tussen de Republiek en Frankrijk vallen de Fransen Zeeuws-Vlaanderen binnen.
Ze veroveren en brandschatten Catsandt.
1750 Inwoners van het Cadsantsche dorp. Lees verder...
1751 In ieder Dorp, staat, op eene ruime plaats, zeker Werktuig, den Blok genaamd, bestaande in eenen Balk, die op twee Styltjes, elk omtrent anderhalf voet van den grond, rust, De Balk is van boven driekantig scherp gemaakt. Voor den zelven slaan twee Paalen, tusschen welken, eene Plank, twee duimen dik en zo lang als de Balk, in de lengte, gelegd wordt. Plank is met verscheiden’ ronde gaaten voorzien, zo groot, dat‘er het dun van ’t been, tusschen de kuit en den enkel, gemakkelyk door kan. Het bovenst gedeelte van de Plank kan, tusschen de Paalen, naar boven geschooven worden. De Misdaadigen nu, zynde doorgaans onbezuisde Dronkaarts, Dienstboden, die tegen hunne Meesters of Vrouwen opstaan, en diergelyken, worden op den scherpen Balk gezet, en met de beenen tusschen de doorboorde Plank vastgemaakt, in welken staat, zy, eenen geruimen tyd, ten aanschouwen der Dorpelingen, moeten blyven zitten.
1756 18 febr. In Zeeuws-Vlaanderen wordt een lichte aardschok gevoeld.
1757 Willem Pleijte, schoolmeester te Catsandt, hertrouwt, na het overlijden van zijn tweede vrouw, Tanneke Verdouw, op 6 Mei 1764 met Elizabeth Morel, weduwe van Jacob van Houwe. Pleijte overlijdt 18 Augustus 1783.
1760 20 jan. In Zeeuws-Vlaanderen en een groot gedeelte van Nederland worden aardschokken gevoeld.
1771 Rundveepest breekt uit. Ruim de helft van de veestapel is geïnfecteerd. Lees verder...
1775 1 januari Invoering van de N. Psalmbundel bij de Ned. Herv. Gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen bij resolutie
van de H. Mogenden van 20 Sept. 1774.
1780 Pieter Perduin en Pieter Callewaard verongelukt. Lees verder...
1783 De predikanten Didericus Cornelis van Voorst van de 'Nederduitsch Gereformeerde gemeente' te Catzandt en Jean André Anosi van de Waalse gemeente van Cadzand richten het leesgezelschap 'Ik lees met lust en met verstand tot eer van God en van Catsandt' op.
Het tweede leesgezelschap in Catzandt wordt opgericht in 1785 door predikant Jean André Anosi en zijn collega Jan van Dasselaar van de 'Nederduitsch Gereformeerde gemeente'. Lees verder...
1784 De zoon van oud-schoolmeester Willem Pleijte, Willem Pleijte jr., wordt aangesteld als schoolmeester te Catsandt.
1789 Jan Bik en Jeannette Butin zijn op 3 Mei 1789 in N.H. kerk gehuwd. Hun nazaten zullen de restauratie in
1929-1931 van het kerkgebouw medebekostigen.
1794 27 juli. Frankrijk herovert west Zeeuws-Vlaanderen op de Noord-Nederlandse gewesten. Het valt in twee
stukken uiteen: het “Département de l'Escaut" (Oost-Vlaanderen) en het “département de la Lys"
(West-Vlaanderen) Bij dit laatste behoorde een groot deel van de Zwinstreek. Dit gebied staat sinsdien
bekend als het Vrije van Sluis.
1795 De gemeente Cadzand wordt gesticht. Aantal inwoners van Cadzand is 609.
De burgemeesters van Cadzand.
1796 Op 6 oktober brandt de landbouwschuur van de hofstede van Jacob de Hullu Pieterszoon af.
1800 Rond 1800 is dichtkunst populair. Gedichten worden voorgedragen en gedichtenbundels worden gelezen.
Men zou denken dat de dichtkunst in de eerste plaats door schoolmeesters wordt beoefend, maar het blijkt
dat zich ook boeren daarmee graag inlaten. Men zou dat niet verwachten in een streek als West Zeeuws-
Vlaanderen, waarin het alleen maar mogelijk is lager onderwijs te genieten en er geen verdere mogelijkheden
tot ontplooiing zijn. Men moet dus nadere kennis verwerven door zelfstudie ofwel doordat schoolhouders,
zo worden ze in de eerste helft der 19de eeuw genoemd, bijlessen geven.
Een bekende landbouwer-dichter is Abraham Vermeulen (1765-1844) te Cadzand. De bekendste boer en
dichter evenwel is Jacobus Faro en wel omdat van hem een hele bundel gedichten is uitgegeven.
1800 Vanaf 1800 ontstonden regionale verschillen in de kleding van de Zeeuwse plattelandsbevolking. In west
Zeeuws-Vlaanderen ontstond een streekdracht die aanzienlijk afweek van hetgeen elders in Zeeland werd gedragen.
1802 21 januari. De overstroming ontstaat door een riviervloed en een zeevloed, vergezeld van een zwaar onweer. Oostvliet bij de Verdronken Zwarte Polder wordt door de zee verzwolgen.
1803 De laatste ’Ommelooper van de Wateringe van Cadzand’. Lees verder...
1806 Aantal inwoners van Cadzand: 706.
1808 Op 19 januari brandt de schuur van hofstede Schuttershof aan de Mariastraat af. Hetzelfde jaar wordt een
schuur uit Hoofdplaat overgebracht.
1811 Aan boord van een hoogaars vaart Napoleon Bonaparte, die uit Hazegras (ten Oosten van Knokke) gekomen
is, 't Zwin over, om op het eiland Cadzand in Ter Hofstede te landen.
1813 Izaak de Hullu, leeftijd 13 jaar, zoon van Jannis Nicolaaszoon de Hullu en Esther van Houte, verdrinkt in de
welput van hofstede De Hoogte.
1814 Staats-Vlaanderen wordt heroverd op de Fransen. Om een krachtig bolwerk tegen Frankrijk te vormen worden
de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden verenigd tot één staat: het Koninkrijk der Nederlanden onder
koning Willem I. Staats-Vlaanderen wordt vanaf nu Zeeuws-Vlaanderen genoemd.
1815 In 1815 wordt de onderwijswet van 1806 in Zeeuws-Vlaanderen van kracht. Onderwijzers moeten bij de schoolopziener een "bewijs van algemeene toelating" ophalen. Lees verder...
1818 J.B. Kalschuer jr. wordt arts in Cadzand. Hij is 22 jaar en is de zoon van dr. Kalsschuer, arts te Groede. Hij is een zakelijk ingestelde geneesheer: eerst geld, dan behandeling. Dat is een groot probleem voor de vele arme landarbeiders. Aan menig behandeling gaat een fikse ruzie vooraf.
Foto: geneeskundige instrumenten uit de 18e en 19e eeuw.
1820 Plattegrond van Cadzand met de eerste pastorie, hotel De Drie Koningen, etc. Lees verder...
Bij een zware storm waait de staakmolen 'De Kat' van Arie Zeegers om. De molenaar besluit de molen
onmiddellijk te herbouwen.
1821 Door brandstichting brandt de schuur van de hofstede van Abraham Steijaard aan de Zwartepolderweg 14 af.
1824 Het kerkgebouw is in slechte staat. Met een subsidie van fl. 1.000, verleend door koning Willem I in 1821, kan
in 1824 het dak van de N.H. kerk worden hersteld.
1828 Omstreeks 1824 gaan de staten van de provincie Zeeland zich bemoeien met de veerdiensten over de verschillende wateren van de provincie.
In 1828 wordt de Provinciale Stoomboot Dienst opgericht en nog datzelfde jaar komt er de geregelde veerdienst Vlissingen – Breskens. Gestart werd het stoomschip De Schelde, een houten raderboot die een stoominstallatie aan boord had van de firma Cocquerill & Co. uit Seraing nabij Luik. De eerste vaart van de stoombootdienst is op 3 mei 1828 over de Schelde tussen Vlissingen, Neuzen en Breskens.
Klik voor vergrotingklik voor vergroting
1830 Op 28 juni wordt de Openbare School aan de Prinsestraat (rechts van de kerk) in gebruik genomen. In 1830
ontvangt meer dan de helft van de leerplichtige kinderen in Cadzand onderwijs.
Aantal inwoners van Cadzand: 491 mannen en 483 vrouwen, totaal 974 personen. Heel West Zeeuws-Vlaanderen heeft 20.000 inwoners, oplopend naar 28.000 in 1930, gelijk blijvend tot 1970.
1833 Het is een matige zomer, graan en vee zijn goedkoop.

Jozias de Bruijne, geboren in Cadzand 1833, overleden in 1913 te Groede heeft veel aantekeningen over Kadzand gemaakt. Deze zijn onder andere gebruikt in de uitgave 'De Hofsteden van Cadzand' van dr. J. de Hullu.
1836 Op 29 november stort de schuur van de Berghofstede uit de Zuidzandepolder in door een storm.
1838 Een zeer strenge winter met temperaturen van 10 tot 20 graden onder nul, met een soms snijdend koude
oostenwind. Door de strenge winter stijgen de prijzen van graan en vee.
1844 Abraham Vermeulen, geboren omstreeks 1765 te Oostburg, overleden te Cadzand in 1844 heeft veel aan-
tekeningen over Cadzand gemaakt. Hij schreef onder andere in 1828 het Kadzandsche Liedeboek. Gebaseerd
op zijn aantekeningen is de uitgave De Hofsteden (van Cadzand) van dr. J. de Hullu.
1845 De koudste maand maart sinds ruim 3 eeuwen. Alle rivieren en binnenwateren waren bevroren.
Drie jaar achter elkaar laat een schimmelziekte de aardappeloogst mislukken. Ook de roggeoogst mislukt.
Onder de schapen in Vlaanderen heerst de but- of hoornziekte. Er heerst hongersnood, mede door de snelle bevolkingsgroei.
Noodgedwongen overvallen groepen werkeloze Zeeuws-Vlaamse landarbeiders de boerderijen om aan voedsel voor hun gezinnen te komen.
Niet bevestigde berichten melden dat in die periode in heel Zeeland 3000 mensen de hongerdood sterven.
Lees verder...
Er volgt een emigratiegolf van west Zeeuws-Vlamingen naar Zuid-Amerika. Vanaf 1858 zal een aantal Cadzantenaren volgen.

In deze periode was Jannes Cappon (geb.1816), gehuwd met Maria Misille, hoefsmid in Cadzand.
1848

Aan de Mariaweg, later genoemd Badhuisweg, wordt een grondmolen gebouwd door de familie De Graaf. Lees verder...

Op 11 februari overlijdt in het Armenhuis te Kadzand de Fransman Jean Dommengie, oud 102 jaar.
1850 In West Zeeuws-Vlaanderen is de toestand tegen het midden van de 19de eeuw wel erg slecht. Het is een probleemgebied met veel seizoenwerkloosheid, een toenemend aantal bedeelden en sociale onrust.

De levensboom, een symbool uit de Germaanse Tijd, is in de 16 eeuw een gevelteken, dat het boerengezin en de ‘boerenvoortvaring’ beschermde tegen onheil. Lees verder...
1852 Pieter Christiaan Jacob Hennequin, geboren in 1852, heeft veel voor het toerisme in Kadzand gedaan. Hij is een
telg uit een Hugenotenfamilie die in 1698 naar Nederland was gevlucht en gedurende twee eeuwen in Sluis
woonde en daar een voorname positie innam. In 1878 werd hij burgemeester van St. Kruis. In 1888 werd hij burgemeester van Aardenburg, sinds 1879 lid van de Provinciale Staten van Zeeland en in 1891 lid van de
Tweede Kamer. Hij had, na 1866, een zomerhuisje (het eerste) naast het Badhotel.
Naar hem is een straat in Cadzand-Bad vernoemd. Pieter Christiaan Jacob Hennequin is in 1912 overleden.
1854 De eeuwenoude Sinte Marien Weche, die eigenlijk niet meer dan een slikweg was,, wordt verhard. Het
wordt een grindweg. Het hele dorp viert feest. Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe weg heeft de onderwijzer van de Openbare School, meester H. Meskes, verschillende feestliederen gemaakt. Lees verder...
1858 Het is uitzonderlijk droog, weinig neerslag. Er is een groot gebrek aan (drink-)water. Dit wordt van elders met tonnen op wagens aangevoerd.
Door armoede sinds 1846 gedreven emigreren Cadzandse gezinnen naar Zuid Amerika.
1864 Het Zwin wordt voor een groot gedeelte afgesloten. De vissershaven van Retranchement blijft bereikbaar.
1865 Het dorpsleven in Cadzand 1865-1923 door Abraham de Smidt (1881-1952).  
1866 Het is een nat jaar. De tarwe heeft veel geleden. De Strijdersgatpolder stond onder water. Het hof De Knockaert
kon alleen met een ‘komp’ bereikt worden. (komp= drinkbak, hier als bootje gebruikt)

Volgens een volkstelling wonen er in de gemeente Kadzand 1175 mensen. Lees verder...
1869 Eind 18e eeuw kwam het gebruik van het begraven in woonkernen onder vuur te liggen. Artsen lieten steeds
meer hun ongenoegen horen betreffende de ziekmakende uitwasemingen die op en rond de kerkhoven vielen
waar te nemen. In de Nederlanden vaardigde koning Willem II in 1829 een algemeen verbod op het begraven
in woonkernen uit.
Het kerkhof van Kadzand, dat rond de kerk ligt, wordt in 1869 verplaatst naar een nieuw kerkhof aan de Erasmusweg. Daartoe was een stuk grond van 46 roeden en 80 ellen aangekocht van Susanna Sara Blondeel en
Jacob Pleyte.
Het oude kerkhof wordt als tuin ingericht. Tientallen jaren lang worden nog beenderen van voorouders omhoog gespit. Rond 1900 zijn op het oostelijke gedeelte panden gebouwd. Bij de bevrijding in 1944 worden die verwoest
en niet meer herbouwd.
1869 Regelmatig lopen schepen op de zandbanken in de Westerschelde. Aangespoelde goederen worden per opbod verkocht. “Verkooping van strandgoederen te Kadzand.” Lees verder...
1870 De schuur van de hofstede van H. de Milliano brandt af.
1871 Het Canadese schip NEARCHUS met een lading krenten, komende uit Griekenland en op weg naar Antwerpen, loopt bij Het Sluische Gat aan de grond. De 11-koppige bemanning wordt gered. Het houten wrak wordt verkocht voor ƒ270.
Het Britse schip TEMPERENCE STAR, met een lading tarwe, komende van Ipswich op weg naar Antwerpen,
strand in De Wielingen en wordt afgeschreven.
1872
Het afwateringskanaal, dat de afvoer van overtollig water naar zee moet verzorgen wordt gegraven. Aan het eind van het kanaal zijn een suatiesluis en een wachtsluis gebouwd. Lees verder...
1876 Wouter de Smidt is in Groede en Nieuwvliet de evangelist-prediker van de Vrije Evangelische Gemeente aldaar. Hij verhuist naar Kadzand om daar zijn werk voort te zetten. Hij zal ook een aantal verenigingen opzetten. Lees verder...
1877 Het Britse schip ELIZA McLAUGHLAN loopt vast op het strand van Cadzand. Het wordt later geborgen, gerepareerd en hernoemd als het Noorse schip CATHERINA. Het vergaat in 1886.
1883 De schuur van de hofstede van Jacob Cappon (aan de huidige Provinciale weg) brandt af door blikseminslag.
1888 Door een hevig onweer brandt de schuur van de hofstede van C. Jaques, gelegen aan de Wachtsluis, af.
1889 In de nacht van 9 op 10 februari wordt de Noorse driemaster Columbus door een stevige noordwester storm
in de branding aan de grond gezet. Opzichter Willem Marinus Barvoets met zijn twee zoons Willem Marinus
en Marinus Willem en sluiswachter Joost Kornelis van den Broecke brengen acht opvarenden met behulp van
een lijn en een bootje aan land.
1891 Naar aanleiding van de schipbreuk van de driemaster Columbus worden een reddingsboot aan de kust geplaatst, uitgroeiend tot KNRM-reddingstation Cadzand!
1894 De dorpspomp in de Mariastraat wordt tussen 1890 en 1894 geplaatst en na 1962 verwijderd.
1894 De Christelijke Muziekvereniging Excelsior wordt opgestart op 4 maart 1894 onder leiding van Wouter de Smidt. De dirigent is Jacob Hubrecht de Bliek. De oefenruimte is de woonkamer van De Smidt in de Prinsestraat. Lees verder...
1894 Het Christelijke Gemengd Zangkoor Looft den Heer wordt opgericht door Wouter de Smidt. De dirigent is Jannis Cappon. Lees verder...
1897 Muziekgezelschap 'Geduld Overwint' wordt opgericht. Lees verder...
1897 Bij een storm waait de schuur van hofstede 'Leenhouts in het bos' om en in 1898 weer opgebouwd.
1898 Molenaar Abr. de Hullu besluit een stenen bovenkruier te laten bouwen als vervanger van afgebrande
staakmolen de Kat. De molen wordt gebouwd door de Kadzandse metselaar Adriaan van Dale en de Belgische molenmaker Rombouts. Lees verder...
1899De schoolfoto uit 1899. Lees verder...

Volkstelling: In de gemeente Kadzandt wonen 559 mannen en en 571 vrouwen, totaal 1130. Daarvan zijn 1038 Nederduitsch Hervormd, 20 Rooms Katholiek en 72 van overige gezindten(o.a. Vrije Evangelische gemeente)
/ niet gelovig.